 |
Wetenschappelijk analyse leidt tot de volgende conclusie:
Als men de geestelijke leraar tevreden stelt,wordt de Allerhoogste God tevreden en voldaan. Als men de geestelijke leraar niet tevreden stelt, is er geen kans dat je wordt gepromoveerd tot de niveau van Krishna bewustzijn. Daarom zou ik op hem moeten mediteren, bidden voor zijn barmhartigheid drie keer per dag, en mijn respect en eerbetuigingen brengen aan Hem, mijn geestelijke leraar.
Dit is de grote Vaisñava (Krishna bewust) traditie. De plicht van de leerling is om altijd te denken en handelen hoe men de geestelijke leraar in alle omstandigheden tevreden kan stellen. Daarom moet men de orders van de geestelijke leraar met de volle honderd procent uitvoeren, zonder enige zweem van persoonlijke motivatie.
De eeuwige wijsheid van de Veda's geeft ons aan dat het doel van alle kennis is; om bevrijdt te raken uit de herhaalde cyclus van geboorte en dood. De intelligentie onder alle vormen van het leven onder de mensen is onvoldoende ontwikkeld om de wetenschap van zelf-realisatie te begrijpen. Daarom zegt de Vedanta-sutra dat men in de menselijke vorm van leven moet onderzoeken naar de aard van de Absolute Waarheid.
We moeten beginnen met het zoeken naar vragen als deze: "Wie ben ik?" "Waar kom ik vandaan?" "Wat is het doel van mijn bestaan?" "Hoe kan ik uit van de cyclus van herhaalde geboorte en dood eruit komen?" We moeten zeer grondig onderzoeken wat de antwoord op al deze vragen zijn. Dit is het begin van de wetenschap van zelf-realisatie, of de wetenschap van de studie van het leven.
Wat is de probleem?
De belangrijkste ziekte in de gedachten van de wetenschappers is dat ze niet geloven dat iets een feit is, tenzij het wordt aangetoond door wetenschappelijke experimenten. Wanneer een wetenschapper een verklaring aflegt en hij ondersteunt die verklaring met wetenschappelijke experimenten, is iedereen volledig van overtuigd, en er worden geen vragen gesteld. Wanneer we over de spirituele ziel spreken met deze wetenschappers, is hun gebruikelijke reactie: "Hoe kan men de aanwezigheid van de ziel detecteren?" Want zij zijn geconditioneerd door het werken met machines, ze vragen zich af of de ziel kan worden gedetecteerd door wetenschappelijke experimenten. Maar wetenschappers zijn het erover eens dat zelfs in hun eigen wetenschappelijk gebied er veel feiten zijn die niet kunnen worden bewezen door experimenten. Het is een feit dat de ziel daar is, maar om inzicht te krijgen in haar bestaan moeten we kennis accepteren van de juiste persoon, Sri Krishna, of God, en Zijn vertegenwoordiger in de erfopvolging,de spirituele leraar.
Iedereen in de wetenschappelijke gemeenschap weet dat wiskundigen werken met een denkbeeldige nummer genaamd "I," dat is de wortel van min een. Dit aantal valt niet onder de natuurlijke getallen (1,2,3, enz.). Echter belangrijke takken van de wiskunde, bijvoorbeeld de theorie van analytische functies, zijn gebaseerd op deze imaginaire eenheid. Zonder de hulp van deze tak van de wiskunde, kunnen diverse ingewikkelde theorieën en problemen niet worden opgelost. Dus het bestaan van dit nummer kan niet worden ontkend, maar er is geen experiment om het te bewijzen. Op eenzelfde manier moeten wetenschappers op het gebied van de statistische mechanica ook gebruik maken van verschillende conceptuele modellenensembles, bijvoorbeeld om hun theorieën en argumenten te bewijzen. Deze zijn allen buiten het bereik van de experimentele wetenschap. Als wetenschappers bereid zijn deze imaginaire en conceptuele modellen te aanvaarden, wat is het probleem in het aanvaarden van de perfecte kennis gegeven door de Heer Krishna, de Opperste Wetenschapper?.
Een andere wetenschappelijke theorie die buiten de grenzen van de experimentele wetenschap valt is Heisenberg's onzekerheid principe. De verklaring van dit beginsel is dat het onmogelijk is om tegelijkertijd te bepalen wat de positie en de momentum van elk object is. In wiskundige taal, is vermeld dat het product van de onzekerheden in de gemeten waarden van de positie en de dynamiek (product van massa en snelheid) niet kleiner kan zijn dan Planck's constant. Geen bestaande experimentele techniek kan dit beginsel bewijzen ( nl.wikipedia.org ).Echter, wetenschappers over de hele wereld zien deze verklaring als een feit, wetende dat het experimentele bewijs boven dan hun vermogen is. Op zelfde manier is er geen wetenschappelijk experiment die de derde wet van de thermodynamica kan bewijzen
Deze wet, zoals geformuleerd door Planck, stelt dat de entropie van een perfect kristal bij absolute nul graden gelijk is aan nul. Feitelijk is er geen enkel middel beschikbaar om de absolute entropie direct te meten. Daarom valt het bewijs voor deze wet buiten het domein van de experimentele wetenschap.
Het is ook op te merken dat de zogenaamde wetenschappelijke theorieën voortdurend veranderen . Bijvoorbeeld, aan het begin van de negentiende eeuw (1808), John Dalton, in de ontwikkeling van zijn atoomtheorie verklaard dat atomen kunnen niet verder worden verdeeld. Echter, aan het eind van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw, werd vastgesteld dat Dalton's atoom theorie niet langer kon worden beschouwd als juist. Er werd opgemerkt dat atomen kunnen worden onderverdeeld in de fundamentele deeltjes zoals elektronen, protonen en neutronen. Ook werd geconstateerd dat sommige atomen alfa en bètadeeltjes kunnen uitstoten, waardoor nieuwe atomen, en zo voorts worden geproduceerd. In feite, zijn de zogenaamde nucleaire bommen het resultaat van deze bevindingen.
Op een soortgelijke wijze in de loop van de achttiende en negentiende eeuw had de mechanica van Newton een enorme invloed in de hoofden van wetenschappers, omdat zij toegepast kon worden op zichtbare materiële dingen. Echter, aan het begin van de twintigste eeuw, met de ontdekkingen van fundamentele deeltjes, zag men in dat Newton mechanica niet in staat was de bewegingen van deze deeltje te beschrijven. Zo is kwantummechanica ontwikkeld ter verklaring van de verschijnselen die zij vertonen.(those Spooky things zoals Einsteinr deze onbegrepen verschijnselen noemde,Wat zij deze verschijnselen??) Deze theorieën zijn gevuld met speculaties, en ze zijn ook aan het veranderen. Net zoals in het verleden en heden wetenschappelijke theorieën veranderde, zo kunnen we begrijpen dat de toekomstige wetenschappelijke theorieën ook zullen veranderen.
Dit toont alleen maar aan dat de hersenen van de zeer vereerde materiële wetenschappers onvolmaakt zijn , en als gevolg daarvan, zijn de theorieën die door hun hersenen wordt voorgesteld altijd onvolkomen. Eigenlijk kan perfecte kennis niet worden gewijzigd. Om perfecte kennis te krijgen, moet men kennis van de ideale wetenschapper nemen ,De Heer Sri Krishna ,en Zijn bonafide vertegenwoordiger, de spirituele leraar. Krishna zegt: "Ik ben de bron van alle spirituele en materiële werelden. Alles komt van Mij. De wijze die dit perfect weten gaan over tot Mijn devotionele dienst en aanbidt Mij met heel hun hart.''[Bg. 10,8] Verder:" Van alle creaties ben Ik het begin en het einde en ook het midden, O Arjuna. Van alle wetenschappen ben Ik de spirituele wetenschap van het Zelf, en tussen logicus ben Ik de sluitende waarheid. "[BG. 10,32]
Wetenschappers moeten begrijpen dat de kennis en het vermogen dat ze hebben, zeer beperkt is en in feite vrij onbeduidend. Hoe is het met deze onbeduidende en beperkte kennis, mogelijk om, buiten de materiële context, deze kennis te begrijpen ? Eigenlijk is er geen twijfel over het bestaan van de ziel. De levende entiteiten zijn gefragmenteerde spirituele zielen, terwijl Heer Krishna de hoogste ziel is, de Hoogste Persoon en Opperste Wetenschapper. Krishna zegt: "De levende entiteiten in deze geconditioneerde wereld zijn Mijn eeuwige, gefragmenteerde deeltjes. Door hun geconditioneerd leven, worstelen ze heel hard met de zes zintuigen, waaronder de geest." [BG. 15,7] Ook: "Het moet duidelijk zijn dat alle soorten van leven, O zoon van Kunti, mogelijk wordt gemaakt door geboorte in deze materiële natuur, en dat ik het zaad gevende Vader ben." [BG. 14,4]
Net zoals het bestaan van lucht kan worden gevoeld door de aanraking en het bestaan van bepaalde moleculen door de geur en het aroma, op zelfde wijze is bewustzijn duidelijk het symptoom van het bestaan van de ziel. "O zoon van Bharata, zoals de zon deze hele universum verlicht, zo doet de levende entiteit, degene in het lichaam, verlicht het hele lichaam door het bewustzijn." [BG. 13.34] Biologen bevestigen ook dat zelfs de kleinste micro-organismen, zoals bacteriën, bewustzijn hebben. Wanneer het bewustzijn in een materieel lichaam intreedt noemen wij het een levend lichaam. Echter, wanneer er geen sprake is van het bewustzijn in het lichaam , met andere woorden, wanneer de spirituele ziel het lichaam verlaat blijft er gewoon een brok materie over. Dit verschijnsel noemen we dood. Daarom sterft de spirituele ziel nooit en wordt nooit geboren. Het is eeuwig. Wat wij geboorte en dood noemen is niets meer dan verandering van verschillende materiële lichamen, de vervanging van oude lichamen met een nieuwe. "De levende entiteit in de materiële wereld voert zijn verschillende opvattingen over het leven van de ene lichaam naar de andere zoals de lucht aroma's vervoert." [BG. 15,8] Dus geboorte, dood, ouderdom en ziekte zijn signalen van verandering van het materieel lichaam.
Wanneer onze wetenschappelijke vrienden gemakkelijk Heisenberg's onzekerheid beginsel accepteren, de imaginaire eenheid en de verschillende conceptuele modellen van de statistische mechanica, die allemaal buiten de experimentele wetenschap vallen, wat is dan het probleem in het aanvaarden van het bestaan van de spirituele ziel? De hoogste wetenschapper Sri Krishna zegt: "Voor de ziel is er noch geboorte noch dood. Eenmaal zijnde houd hij nimmer op te bestaan. Hij is ongeboren, eeuwig, immer zijnde, overgankelijk. Hij wordt niet gedood wanneer het lichaam wordt gedood. " [BG. 2,20] Zijn grootte is aldus beschreven ; "Wanneer je de bovenste punt van een haar verdeeld in honderd delen en weer elk van die delen verdeeld in honderd delen, is ieder zulks deel de dimensie van de spirituele ziel.
Wetenschappers zijn bekend met de wet van behoud van energie, die stelt dat energie niet kan worden gemaakt, noch vernietigd. De levende entiteiten zijn de superieure energie van de Opperste Heer, Sri Krishna. Daarom is de ziel eeuwig. "Weet dat wat het hele lichaam doordringt onverwoestbaar is. Niemand is in staat om de onvergankelijk ziel te vernietigen." [BG. 2,17] De aard van de spirituele ziel is uitvoerig beschreven in de Tweede en de Dertiende hoofdstukken van Bhagavad-Gita. Men moet gewoon kennis van de hoogste wetenschapper nemen, Sri Krishna, de spreker van de Bhagavad-Gita.
Bron: Bhaktivedanta Vedabase
Vertaald door: Goop Sewraj
reacties per email ontvangen wij graag
|