|
|
|---|---|
|
|
![]() |
HOOFDSTUK ZEVENTIEN arjuna
uvāca
ye śāstra-vidhim utsṛjya
yajante śraddhayānvitāḥ
teṣāḿ niṣṭhā tu kā
kṛṣṇa sattvam āho rajas tamaḥ
śrī-bhagavān
uvāca
tri-vidhā bhavati śraddhā
dehināḿ sā svabhāvajā
sāttvikī rājasī caiva
tāmasī ceti tāḿ śṛṇu
De Allerhoogste Persoonlijkheid Gods zei: Naargelang de hoedanigheden van de materiele natuur die de belichaamde ziel verworven heeft, kan iemands geloof drievoudig zijn: in goedheid, in hartstocht of in onwetendheid. Luister nu naar wat Ik hierover te zeggen heb. sattvānurūpā sarvasya
śraddhā bhavati bhārata
śraddhāmayo’yaḿ puruṣo yo
yac-chraddhaḥ sa eva saḥ
Mensen in de hoedanigheid goedheid vereren de halfgoden; degenen in de hoedanigheid hartstocht vereren de demonen en degenen in de hoedanigheid onwetendheid vereren geestverschijningen en de geesten van overledenen. yajante sāttvikā devān
yakṣa-rakṣāḿsi rājasāḥ
pretān bhūta-gaṇāḿś cānye
yajante tāmasā janāḥ
Mensen in de hoedanigheid goedheid vereren de halfgoden; degenen in de hoedanigheid hartstocht vereren de demonen en degenen in de hoedanigheid onwetendheid vereren geestverschijningen en de geesten van overledenen. aśāstra-vihitaḿ ghoraḿ
tapyante ye tapo janāḥ
dambhāhaḿkāra-saḿyuktāḥ
kāma-rāga-balānvitāḥ
karśayantaḥ śarīrasthaḿ
bhūta-grāmam acetasaḥ
māḿ
caivāntaḥ-śarīra-sthaḿ tān viddhy āsura-niścayān
Zij die zware ascese en verstervingen ondergaan die niet in de geschriften worden aanbevolen en deze uit trots en egoisme verrichten, die door lust en gehechtheid gedreven worden, die dwaas zijn en zowel de materiele elementen van het lichaam als de Superziel van binnen folteren, staan bekend als demonen. āhāras tv api sarvasya
tri-vidho bhavati priyaḥ
yajñas tapas tathā dānaḿ
teṣāḿ bhedam imaḿ śṛṇu
Zelfs het voedsel waaraan een persoon de voorkeur geeft, kan onderscheiden worden in drie soorten, overeenkomstig de drie hoedanigheden van de materiele natuur. Hetzelfde geldt voor het brengen van offers, het beoefenen van ascese en vrijgevigheid; hoor nu over het onderscheid tussen deze. āyuḥ-sattva-balārogya-sukha-prīti-vivardhanāḥ
rasyāḥ snigdhāḥ sthirā
hṛdyā āhārāḥ sāttvika-priyāḥ
Voedsel dat geliefd is bij mensen in de hoedanigheid goedheid verlengt de levensduur, zuivert het bestaan en schenkt kracht, gezondheid, geluk en voldoening. Zulk voedsel is sappig, vettig, gezond en smakelijk. kaṭv-amla-lavaṇātyuṣṇa-tīkṣṇa-rūkṣa-vidāhinaḥ
āhārā rājasasyeṣṭā
duḥkha-śokāmaya-pradāḥ
Voedsel dat te bitter, te zuur, zout, scherp gekruid, pikant, droog en heet is, is geliefd bij personen in de hoedanigheid hartstocht. Zulk voedsel veroorzaakt ellende, leed en ziekte. yātayāmaḿ gata-rasaḿ pūti
paryuṣitaḿ ca yat
ucchiṣṭam api cāmedhyaḿ
bhojanaḿ tāmasa-priyam
Voedsel dat langer dan drie uur voordat het gegeten wordt gekookt is, voedsel dat smaakloos, rot en bedorven is en voedsel dat uit etensresten en onaanraakbare dingen bestaat, is geliefd bij mensen in de hoedanigheid onwetendheid. aphalākāńkṣibhir yajño
vidhi-dṛṣṭo ya ijyate
yaṣṭavyam eveti manaḥ
samādhāya sa sāttvikaḥ
Van alle offers is het offer dat uit plichtsbesef en volgens de aanwijzingen van de geschriften wordt gebracht door iemand die geen beloning verlangt, in de hoedanigheid goedheid. abhisandhāya tu phalaḿ
dambhārtham api caiva yat
ijyate bharata-śreṣṭha
taḿ yajñaḿ viddhi rājasam
Maar weet dat het offer dat gebracht wordt voor materieel gewin of uit trots in de hoedanigheid hartstocht is, o beste onder de Bhärata’s. vidhi-hīnam asṛṣṭānnaḿ
mantra-hīnam adakṣiṇam
śraddhā-virahitaḿ yajñaḿ
tāmasaḿ paricakṣate
Ieder offer dat gebracht wordt zonder rekening te houden met de aanwijzingen van de geschriften, zonder dat er prasädam [spiritueel voedsel] wordt uitgedeeld, zonder dat er vedische hymnen gezongen worden, zonder beloningen voor de priesters en zonder geloof, moet worden beschouwd als een offer in de hoedanigheid onwetendheid. deva-dvija-guru-prājña-pūjanaḿ śaucam ārjavam
brahmacaryam ahiḿsā ca
śārīraḿ tapa ucyate
Ascese van het lichaam bestaat uit het vereren van de Allerhoogste Heer, de brähmaëa’s, de spiritueel leraar en meerderen zoals de vader en de moeder, en verder uit reinheid, eenvoud, seksuele onthouding en geweldloosheid. anudvega-karaḿ vākyaḿ
satyaḿ priya-hitaḿ ca yat
svādhyāyābhyasanaḿ caiva
vāń-mayaḿ tapa ucyate
Ascese van de spraak bestaat uit het spreken van de waarheid en van woorden die aangenaam en goed voor anderen zijn en die geen onrust opwekken, en verder uit het regelmatig reciteren van de vedische literatuur. manaḥ-prasādaḥ
saumyatvaḿ maunam ātma-vinigrahaḥ
bhāva-saḿśuddhir ity etat
tapo mānasam ucyate
En tevredenheid, eenvoud, ernst, zelfbeheersing en het zuiveren van het bestaan vormen de ascese van de geest. śraddhayā parayā taptaḿ
tapas tat tri-vidhaḿ naraiḥ
aphalākāńkṣibhir yuktaiḥ
sāttvikaḿ paricakṣate
Deze drievoudige ascese, die vol transcendentaal geloof beoefend wordt door zij die geen materiele voordelen verlangen, maar die alleen bezig zijn voor het plezier van de Allerhoogste, wordt ascese in de hoedanigheid goedheid genoemd. satkāra-māna-pūjārthaḿ
tapo dambhena caiva yat
kriyate tad iha proktaḿ
rājasaḿ calam adhruvam
Ascese die vol trots verricht wordt en om respect, aanzien en verering te verwerven, wordt ascese in de hoedanigheid hartstocht genoemd. Zulke ascese is wankel en niet duurzaam. mūḍha-grāheṇātmano yat
pīḍayā kriyate tapaḥ
parasyotsādanārthaḿ vā tat
tāmasam udāhṛtam
Ascese verricht uit dwaasheid, met zelffoltering of bedoeld om anderen te vernietigen of te verwonden, wordt ascese in de hoedanigheid onwetendheid genoemd. dātavyam iti yad dānaḿ
dīyate’nupakāriṇe
deśe kāle ca pātre ca tad
dānaḿ sāttvikaḿ smṛtam
Vrijgevigheid uit plichtsbesef, waarvoor niets wordt terugverwacht en die plaatsvindt op het juiste moment, op de juiste plaats en aan een waardig persoon, wordt beschouwd als vrijgevigheid in de hoedanigheid goedheid. yat tu pratyupakārārthaḿ
phalam uddiśya vā punaḥ
dīyate ca parikliṣṭaḿ
tad dānaḿ rājasaḿ smṛtam
Maar vrijgevigheid waarvoor men iets terugverwacht, met een verlangen naar de vruchten ervan of die gepaard gaat met tegenzin, wordt beschouwd als vrijgevigheid in de hoedanigheid hartstocht. adeśa-kāle yad dānam
apātrebhyaś ca dīyate
asatkṛtam avajñātaḿ tat
tāmasam udāhṛtam
En vrijgevigheid die plaatsvindt op een onzuivere plaats, op een onjuist moment, aan onwaardige personen of zonder respect en aandacht, wordt vrijgevigheid in de hoedanigheid onwetendheid genoemd. oḿ tat sad iti nirdeśo
brahmaṇas tri-vidhaḥ smṛtaḥ
brāhmaṇās tena vedāś ca
yajñāś ca vihitāḥ purā
Vanaf het begin van de schepping werden de drie woorden oà tat sat gebruikt om de Allerhoogste Absolute Waarheid aan te duiden. Deze drie symbolische aanduidingen werden door brāhmaṇas gebruikt tijdens het zingen van de vedische hymnen en tijdens de offers die werden gebracht om de Allerhoogste tevreden te stellen. tasmād om ity udāhṛtya
yajña-dāna-tapaḥ-kriyāḥ
pravartante vidhānoktāḥ
satataḿ brahma-vādinām
Daarom beginnen transcendentalisten die de Allerhoogste willen bereiken, altijd met oà wanneer ze in overeenstemming met de regels in de geschriften offers brengen, uit vrijgevigheid schenkingen doen en ascese beoefenen. tad ity anabhisandhāya
phalaḿ yajña-tapaḥ-kriyāḥ
dāna-kriyāś ca vividhāḥ
kriyante mokṣa-kāńkṣibhiḥ
Zonder te verlangen naar de vruchten, moet men verschillende soorten offers brengen, ascese beoefenen en vrijgevig schenkingen doen met het woord ‘tat’. Het doel van zulke transcendentale activiteiten is bevrijd te raken van de materiele verstrikking. sad-bhāve sādhu-bhāve ca
sad ity etat prayujyate
praśaste karmaṇi tathā
sac-chabdaḥ pārtha yujyate
yajñe tapasi dāne ca
sthitiḥ sad iti cocyate
karma caiva tad-arthīyaḿ
sad ity evābhidhīyate
De Absolute Waarheid is het doel van devotionele offers en wordt aangeduid met het woord ‘sat’. Degene die zulke offers brengt wordt ook ‘sat’ genoemd, evenals alle offers, ascese en vrijgevige schenkingen die in overeenstemming met hun absolute aard worden gedaan om de Allerhoogste Persoon voldoening te schenken, o zoon van Pṛthā. aśraddhayā hutaḿ dattaḿ
tapas taptaḿ kṛtaḿ ca yat
asad ity ucyate pārtha na
ca tat pretya no iha
Anything done as sacrifice, charity or penance
without faith in the Supreme, O son of Pṛthā, is impermanent. It is called asat
and is useless both in this life and the next.
Alles wat zonder geloof in de Allerhoogste wordt gedaan als offer, als ascese of uit vrijgevigheid, o zoon van Pṛthā, is tijdelijk. Het wordt ‘asat’ genoemd en is waardeloos, zowel in dit leven als in het volgende.
End of chapter 17 HOOFDSTUK ZEVENTIEN
Srila Prabhupada Ki Jaya
|
![]() |
|