|
|
|---|---|
|
|
![]() |
HOOFDSTUK VIJFTIEN The Yoga of the Supreme Person De Allerhoogste Persoon
śrī-bhagavān
uvāca
ūrdhva-mūlam adhaḥ-śākham
aśvatthaḿ prāhur avyayam
chandāḿsi yasya parṇāni
yas taḿ veda sa vedavit
De Allerhoogste Persoonlijkheid Gods zei: Er wordt gesproken over een onvergankelijke banyan-boom, waarvan de wortels omhoog gaan en de takken naar beneden en waarvan de bladeren de vedische hymnen zijn. Wie deze boom kent, kent de veda’s adhaś cordhvaḿ prasṛtās
tasya śākhā guṇa-pravṛddhā viṣaya-pravālāḥ
adhaś ca mūlāny
anusaḿtatāni karmānubandhīni manuṣya-loke
na rūpam asyeha
tathopalabhyate nānto na cādir na ca saḿpratiṣṭhā
aśvattham enaḿ
su-virūḍha-mūlam asańga-śastreṇa dṛḍhena chittvā
tataḥ padaḿ
tat-parimārgitavyaḿ yasmin gatā na nivartanti bhūyaḥ
tam eva cādyaḿ puruṣaḿ
prapadye yataḥ pravṛttiḥ prasṛtā purāṇī
De werkelijke vorm van deze boom kan niet worden waargenomen in deze wereld. Niemand kan begrijpen waar hij eindigt, waar hij begint of waar zijn basis is. Maar men moet deze diepgewortelde boom vastberaden vellen met het wapen van onthechting. Daarna moet men die plaats zien te vinden vanwaar niemand terugkeert wanneer ze eenmaal bereikt is, en daar moet men zich overgeven aan die Allerhoogste Persoonlijkheid Gods, bij wie alles begon en uit wie alles sinds onheuglijke tijden is voortgekomen. nirmāna-mohā
jita-sańga-doṣā adhyātma-nityā vinivṛtta-kāmāḥ
dvandvair vimuktāḥ
sukha-duḥkha-saḿjñair gacchanty amūḍhāḥ padam avyayaḿ tat
Zij die vrij zijn van hoogmoed, illusie en verkeerd gezelschap, die het eeuwige begrijpen, die niets meer te maken willen hebben met materiele lust, die bevrijd zijn van de dualiteiten van geluk en ellende en die, omdat ze niet verward zijn, weten hoe ze zich aan de Allerhoogste Persoon moeten overgeven, bereiken dat eeuwige koninkrijk. na tad bhāsayate sūryo na
śaśāńko na pāvakaḥ
yad gatvā na nivartante tad
dhāma paramaḿ mama
mamaivāḿśo jīva-loke
jīva-bhūtaḥ sanātanaḥ
manaḥ-ṣaṣṭhānīndriyāṇi
prakṛti-sthāni karṣati
De levende wezens in deze wereld van gebondenheid zijn Mijn eeuwige, afzonderlijke deeltjes. Door hun geconditioneerde bestaan zijn ze verwikkeld in een hevige worsteling met de zes zintuigen, waarvan de geest er een is. śarīraḿ yad avāpnoti yac
cāpy utkrāmatīśvaraḥ
gṛhītvaitāni saḿyāti
vāyur gandhān ivāśayāt
In de materiele wereld draagt het levend wezen zijn verschillende levensopvattingen van het ene lichaam naar het andere zoals de lucht aroma’s meevoert. Op die manier neemt het een bepaald soort lichaam aan en verlaat het ook dat weer om een andere aan te nemen. śrotraḿ cakṣuḥ
sparśanaḿ ca rasanaḿ ghrāṇam eva ca
adhiṣṭhāya manaś cāyaḿ
viṣayān upasevate
utkrāmantaḿ sthitaḿ vāpi
bhuñjānaḿ vā guṇānvitam
vimūḍhā nānupaśyanti
paśyanti jñāna-cakṣuṣaḥ
yatanto yoginaś cainaḿ
paśyanty ātmany avasthitam
yatanto’py akṛtātmāno
nainaḿ paśyanty acetasaḥ
yad āditya-gataḿ tejo
jagad bhāsayate’khilam
yac candramasi yac cāgnau
tat tejo viddhi māmakam
Het stralende licht van de zon, dat de duisternis van deze hele wereld verdrijft, komt van Mij. En de maneschijn en de gloed van vuur komen ook van Mij. gām āviśya ca bhūtāni
dhārayāmy aham ojasā
puṣṇāmi cauṣadhīḥ
sarvāḥ somo bhūtvā rasātmakaḥ
ahaḿ vaiśvānaro bhūtvā
prāṇināḿ deham āśritaḥ
prāṇāpāna-samāyuktaḥ
pacāmy annaḿ catur-vidham
sarvasya cāhaḿ hṛdi
saḿniviṣṭo mattaḥ smṛtir jñānam apohanaḿ ca
vedaiś ca sarvair aham eva
vedyo vedānta-kṛd veda-vid eva cāham
Ik ben aanwezig in ieders hart en van Mij komen herinnering, kennis en vergetelheid. Het doel van alle veda’s is om Mij te leren kennen. Ík ben de samensteller van de Vedänta en de kenner van de veda’s. dvāv imau puruṣau loke
kṣaraś cākṣara eva ca
kṣaraḥ sarvāṇi bhūtāni
kūṭastho’kṣara ucyate
uttamaḥ puruṣas tv anyaḥ
paramātmety udāhṛtaḥ
yo loka-trayam āviśya
bibharty avyaya īśvaraḥ
Naast deze twee categorieen is er de grootste levende persoonlijkheid, de Allerhoogste Ziel, de onvergankelijke Heer Zelf, die de drie werelden is binnengegaan en deze in stand houdt. yasmāt kṣaram atīto’ham
akṣarād api cottamaḥ
ato’smi loke vede ca
prathitaḥ puruṣottamaḥ
yo mām evam asaḿmūḍho
jānāti puruṣottamam
sa sarva-vid bhajati māḿ
sarva-bhāvena bhārata
iti guhyatamaḿ śāstram
idam uktaḿ mayānagha
etad buddhvā buddhimān syāt
kṛta-kṛtyaś ca bhārata
Dit is het meest vertrouwelijke deel van de vedische geschriften, o zondeloze, en het is nu door Mij onthuld. Iedereen die dit begrijpt, zal wijs worden en zal door zijn inspanningen volmaakt worden. End of chapter 15 The Yoga of the Supreme Person HOOFDSTUK VIJFTIEN
alle vormen van Yoga ,Krishna de Allerhoogste Godspersoon,vedanta sutra,sastra, Shiva Purana ,Agni Puran,Srimad Bhagavatam ,
|
![]() |
|