|
|
|---|---|
|
|
![]() |
Hoofdstuk zes śrī-bhagavān uvāca
anāśritaḥ karma-phalaḿ kāryaḿ karma karoti yaḥ
sa saḿnyāsī ca yogī ca na niragnir na cākriyaḥ
De Allerhoogste Persoonlijkheid Gods zei: Wie niet gehecht is aan de vruchten van zijn activiteiten en handelt volgens zijn plicht, bevindt zich in de onthechte levensorde en is de ware mysticus, maar niet degene die geen vuur ontsteekt en geen plichten vervult. yaḿ saḿnyāsam iti prāhur yogaḿ taḿ viddhi pāṇḍava
na hy asaḿnyasta-saḿkalpo yogī bhavati kaścana
O zoon van Pändhu, weet dat wat onthechting genoemd wordt, hetzelfde is als yoga of het verbinden van jezelf met de Allerhoogste, want niemand kan een yogi worden zonder het verlangen naar zinsbevrediging op te geven. ārurukṣor muner yogaḿ karma kāraṇam ucyate
yogārūḍhasya tasyaiva śamaḥ kāraṇam ucyate
Voor de beginner in het achtvoudige yogastelsel is werk de methode, maar voor wie gevorderd is, is het beëindigen van alle materiële activiteiten de methode yadā hi nendriyārtheṣu na karmasv anuṣajjate
sarva-saḿkalpa-saḿnyāsī yogārūḍhas tadocyate
Wie zich, na alle materieële verlangens te hebben opgegeven, niet bezig houdt met zinsbevrediging en evenmin met resultaatgerichte activiteiten, wordt gezien als iemand die gevorderd is in yoga.
uddhared ātmanātmānaḿ nātmānam avasādayet
ātmaiva hy ātmano bandhur ātmaiva ripur ātmanaḥ
Men moet zich met behulp van zijn geest bevrijden en niet verlagen. De geest is de vriend van de geconditioneerde ziel, maar ook haar vijand. bandhur ātmātmanas tasya yenātmaivātmanā jitaḥ
anātmanas tu śatrutve vartetātmaiva śatruvat
Voor wie de geest overwonnen heeft, is de geest de beste vriend. Maar voor wie daar niet in geslaagd is, blijft de geest de grootste vijand. jitātmanaḥ praśāntasya paramātmā samāhitaḥ
śītoṣṇa-sukha-duḥkheṣu tathā mānāpamānayoḥ
Voor wie de geest overwonnen heeft, is de Superziel al bereikt, omdat hij vrede heeft gevonden. Voor zo iemand zijn geluk en verdriet, hitte en kou, eer en schande een en hetzelfde. jñāna-vijñāna-tṛptātmā kūṭastho vijitendriyaḥ
yukta ity ucyate yogī sama-loṣṭāśma-kāñcanaḥ
Men wordt als werkelijk zelf gerealiseerd gezien en wordt een yogi [of mysticus] genoemd, wanneer men volkomen tevreden is door de kennis en het inzicht dat men verworven heeft. Zo iemand bevindt zich op het transcendentale niveau en is zelfbeheerst. Hij ziet alles—of het nu een kluit aarde, een brok steen of een klomp goud is—als hetzelfde. suhṛn-mitrāry-udāsīna-madhyastha-dveṣya-bandhuṣu
sādhuṣv api ca pāpeṣu sama-buddhir viśiṣyate
Men wordt als nog verder gevorderd beschouwd, als men oprechte welgezinden, toegenegen weldoeners, onpartijdigen, bemiddelaars, haatdragenden, vrienden en vijanden, vromen en zondaars allemaal met een neutrale geest beschouwt. yogī yuñjīta satatam ātmānaḿ rahasi sthitaḥ
ekākī yata-cittātmā nirāśīr aparigrahaḥ
De transcendentalist moet zijn lichaam, geest en zelf altijd gebruiken in relatie met de Allerhoogste. Hij moet alleen en op een afgezonderde plaats leven en voortdurend zorgvuldig zijn geest beheersen. Hij moet vrij zijn van verlangens en van het idee iets te bezitten. śucau deśe pratiṣṭhāpya sthiram āsanam ātmanaḥ
nātyucchritaḿ nātinīcaḿ cailājina-kuśottaram
upaviśyāsane yuñjyād yogam ātma-viśuddhaye
Om yoga te beoefenen moet men naar een afgezonderde plaats gaan, er kusa-gras op de grond leggen en dit bedekken met een hertenvel en een zachte doek. De plek moet niet te hoog of te laag zijn en moet zich in een heilige plaats bevinden. De yogé moet daar dan in een stabiele houding gaan zitten en er yoga beoefenen om zijn hart te zuiveren door zijn geest, zintuigen en activiteiten te beheersen en zijn aandacht op een punt te richten. samaḿ kāya-śiro-grīvaḿ dhārayann acalaḿ sthiraḥ
saḿprekṣya nāsikāgraḿ svaḿ diśaś cānavalokayan
manaḥ saḿyamya mac-citto yukta āsīta mat-paraḥ
One should hold one's body, neck and head erect in a straight
line and stare steadily at the tip of the nose. Thus, with an unagitated, subdued mind, devoid of fear, completely free
from sex life, one should meditate upon Me within the
heart and make Me the ultimate goal of life.
Men moet zijn romp, nek en hoofd in een rechte lijn gestrekt houden en dan onbeweeglijk naar de punt van de neus staren. Op die manier moet men met een onverstoorde, bedwongen geest, zonder angst en volkomen vrij van seksualiteit op Mijn gedaante in het hart mediteren en Mij het hoogste doel van het leven maken. yuñjann evaḿ sadātmānaḿ yogī niyata-mānasaḥ
śāntiḿ nirvāṇa-paramāḿ
mat-saḿsthām adhigacchati
Op die manier oefent de mystieke transcendentalist zich voortdurend in het beheersen van de activiteiten van lichaam en geest en beëindigt hij, wanneer zijn geest onder controle is, het materiële bestaan en bereikt hij het koninkrijk van God [de verblijfplaats van Krsna]. nātyaśnatas tu yogo’sti na caikāntam anaśnataḥ
na cātisvapna-śīlasya jāgrato naiva cārjuna
Men kan onmogelijk een yogi worden, o Arjuna, wanneer men te veel of te weinig eet, te veel slaapt of niet genoeg slaapt. yuktāhāra-vihārasya yukta-ceṣṭasya karmasu
yukta-svapnāvabodhasya yogo bhavati duḥkhahā
yadā viniyataḿ cittam ātmany evāvatiṣṭhate
niḥspṛhaḥ sarva-kāmebhyo yukta ity ucyate tadā
Wanneer de yogi, door yoga te beoefenen, de activiteiten van zijn geest beteugelt en gevestigd raakt in het transcendentale, vrij van alle materieële verlangens, dan wordt gezegd dat hij ver gevorderd is in yoga yathā dīpo nivāta-stho neńgate sopamā smṛtā
yogino yata-cittasya yuñjato yogam ātmanaḥ
Zoals een lamp op een windstille plaats niet flakkert, zo blijft de transcendentalist die zijn geest beheerst altijd evenwichtig in zijn meditatie op het transcendente Zelf. yatroparamate cittaḿ niruddhaḿ yoga-sevayā
yatra caivātmanātmānaḿ paśyann ātmani tuṣyati
sukham ātyantikaḿ yat tad buddhi-grāhyam atīndriyam
vetti yatra na caivāyaḿ sthitaś calati tattvataḥ
yaḿ labdhvā cāparaḿ lābhaḿ manyate nādhikaḿ tataḥ
yasmin sthito na duḥkhena guruṇāpi vicālyate
taḿ vidyād duḥkha-saḿyoga-viyogaḿ yoga-saḿjñitam
sa niścayena yoktavyo yogo’nirviṇṇa-cetasā
In het stadium van volmaaktheid, dat de toestand van diepe meditatie of samädhi genoemd wordt, wordt de geest door de beoefening van yoga volledig weerhouden van materiële mentale activiteiten. Deze volmaaktheid wordt gekenmerkt door het vermogen om met de zuivere geest het zelf te aanschouwen en daarbij plezier en vreugde in het zelf te ervaren. In die vreugdevolle toestand ervaart men oneindig transcendentaal geluk met transcendentale zintuigen. Bevindt men zich eenmaal in die toestand, dan verwijdert men zich niet meer van de waarheid, en wanneer dit bereikt is, denkt zo iemand dat er geen grotere rijkdom bestaat. Wie zich in een dergelijke positie bevindt, raakt nooit verstoord, zelfs niet te midden van de grootste moeilijkheden. Dit is werkelijke vrijheid van alle ellende, die voortkomt uit het contact met materie. saḿkalpa-prabhavān kāmāḿs tyaktvā sarvān aśeṣataḥ
manasaivendriya-grāmaḿ viniyamya samantataḥ
Yoga moet met vastberadenheid en vertrouwen worden beoefend, zonder van het pad af te wijken. Daarnaast moet men alle materiële verlangens, die voortkomen uit mentale speculatie, zonder uitzondering opgegeven om zo alle zintuigen aan alle kanten met de geest te beheersen. śanaiḥ śanair uparamed buddhyā dhṛti-gṛhītayā
ātma-saḿsthaḿ manaḥ kṛtvā na kiḿcid api cintayet
Geleidelijk aan, stap voor stap, moet men met behulp van de intelligentie, gebaseerd op een rotsvaste overtuiging, de geest in een toestand van diepe meditatie brengen. Op die manier moet de geest alleen op het Zelf gericht zijn en nergens anders aan denken. yato yato niścarati manaś cañcalam asthiram
tatas tato niyamyaitad ātmany eva vaśaḿ nayet
Waar de geest ook heen dwaalt door zijn rusteloze en onevenwichtige aard, hij moet zeker teruggehaald worden en opnieuw onder de controle van het zelf worden gebracht. praśānta-manasaḿ hy enaḿ yoginaḿ sukham uttamam
upaiti śānta-rajasaḿ brahma-bhūtam akalmaṣam
De yogi die zijn geest op Mij geconcentreerd heeft, bereikt beslist het allerhoogste transcendentale geluk. Hij is de hoedanigheid hartstocht ontstegen en beseft dat hij kwalitatief gelijk is aan het Absolute. Op die manier is hij bevrijd van alle karmische reacties op zijn vroegere daden. yuñjann evaḿ sadātmānaḿ yogī vigata-kalmaṣaḥ
sukhena brahma-saḿsparśam atyantaḿ sukham aśnute
Zo raakt de zelfbeheerste yogi, die voortdurend het yogaproces beoefent, bevrijd van alle materiële onzuiverheid en bereikt hij het hoogste stadium van volmaakt geluk in de transcendentale liefdedienst aan de Heer. sarva-bhūta-stham ātmānaḿ sarva-bhūtāni cātmani
īkṣate yoga-yuktātmā sarvatra sama-darśanaḥ
Een ware yogi ziet Mij in alle wezens en ziet ook ieder wezen in Mij. Wie zelf gerealiseerd is, ziet Mij, dezelfde Allerhoogste Heer, overal. yo māḿ paśyati sarvatra sarvaḿ ca mayi paśyati
tasyāhaḿ na praṇaśyāmi sa ca me na praṇaśyati
Voor wie Mij overal ziet en alles ziet in Mij, zal Ik nooit verloren zijn noch zal hij ooit verloren zijn voor Mij. sarva-bhūta-sthitaḿ yo māḿ bhajaty ekatvam āsthitaḥ
sarvathā vartamāno’pi sa yogī mayi vartate
Zo’n yogī die de Superziel met liefde en devotie dient en weet dat Ik en de Superziel een zijn, verblijft onder alle omstandigheden voortdurend in Mij. ātmaupamyena sarvatra samaḿ paśyati yo’rjuna
sukhaḿ vā yadi vā duḥkhaḿ sa yogī paramo mataḥ
De volmaakte yogi is degene die door vergelijking met zichzelf de ware gelijkheid van alle wezens ziet, zowel tijdens hun geluk als hun verdriet, o Arjuna! arjuna uvāca
yo’yaḿ yogas tvayā proktaḥ sāmyena madhusūdana
etasyāhaḿ na paśyāmi cañcalatvāt sthitiḿ sthirām
Arjuna zei: O Madhusüdana, de yoga-methode die Je me in het kort beschreven hebt, lijkt me onpraktisch en niet vol te houden, want de geest is rusteloos en onstandvastig. cañcalaḿ hi manaḥ kṛṣṇa pramāthi balavad dṛḍham
tasyāhaḿ nigrahaḿ manye vāyor iva suduṣkaram
De geest is rusteloos, onstuimig, koppig en zeer sterk, o Krsna, en hem beteugelen lijkt me moeilijker dan het bedwingen van de wind. śrī-bhagavān uvāca
asaḿśayaḿ mahā-bāho mano durṇigrahaḿ calam
abhyāsena tu kaunteya vairāgyeṇa ca gṛhyate
Heer Sri Krsna zei: O sterkarmige zoon van Kunti, het is ongetwijfeld erg moeilijk om de rusteloze geest te bedwingen, maar het is mogelijk door de juiste oefening en door onthechting. asaḿyatātmanā yogo duṣprāpa iti me matiḥ
vaśyātmanā tu yatatā śakyo’vāptum upāyataḥ
Voor iemand met een onbeteugelde geest is zelfrealisatie een zware opgave. Maar wie zijn geest beheerst en op de juiste manier te werk gaat, is verzekerd van succes. Dat is Mijn mening. arjuna uvāca
ayatiḥ śraddhayopeto yogāc calita-mānasaḥ
aprāpya yoga-saḿsiddhiḿ kāḿ gatiḿ kṛṣṇa gacchati
Arjuna zei: O Krsna, wat is de bestemming van de falende transcendentalist die zich aanvankelijk met geloof op het proces van zelfrealisatie toelegt, maar er later mee ophoudt door materiële verlangens en daardoor niet tot volmaaktheid in yoga komt? kaccin nobhaya-vibhraṣṭaś chinnābhram iva naśyati
apratiṣṭho mahā-bāho vimūḍho brahmaṇaḥ pathi
O sterkarmige Krsna, zullen zowel spiritueel als materieel succes niet verloren gaan voor zo iemand die is afgeweken van het transcendentale pad, en gaat hij zo niet verloren als een verwaaide wolk, zonder ergens een vaste plaats te hebben? etan me saḿśayaḿ kṛṣṇa chettum arhasy aśeṣataḥ
tvad-anyaḥ saḿśayasyāsya chettā na hy upapadyate
Dit is mijn twijfel, o Krsna, en ik vraag Je om deze volledig te verdrijven. Buiten Jou is er niemand die deze twijfel kan vernietigen. śrī-bhagavān uvāca
pārtha naiveha nāmutra vināśas tasya vidyate
na hi kalyāṇa-kṛt kaścid durgatiḿ tāta gacchati
De Allerhoogste Persoonlijkheid Gods zei: O zoon van Prthä, een transcendentalist die gunstige activiteiten verricht, zal nooit verloren gaan, niet in dit leven en niet in het volgende, want wie goeddoet, Mijn vriend, wordt nooit door kwaad overmand. prāpya puṇya-kṛtāḿ lokān uṣitvā śāśvatīḥ samāḥ
śucīnāḿ śrīmatāḿ gehe yoga-bhraṣṭo’bhijāyate
Na vele, vele jaren van genieten op de planeten van de vrome levende wezens, wordt de yogī die geen succes had, geboren in een familie van deugdzame mensen of in een rijke, voorname familie. atha vā yoginām eva kule bhavati dhīmatām
etad dhi durlabhataraḿ loke janma yad īdṛśam
Of hij wordt geboren in een familie van transcendentalisten die zeker grote wijsheid bezitten, [als hij na langdurige beoefening van yoga geen succes heeft bereikt]. In deze wereld is zo’n geboorte ongetwijfeld zeldzaam. tatra taḿ buddhi-saḿyogaḿ labhate paurvadehikam
yatate ca tato bhūyaḥ saḿsiddhau kurunandana
O zoon van Kuru, wanneer hij in zo’n familie wordt geboren, herwint hij het goddelijke bewustzijn van zijn vorige leven en probeert hij opnieuw vooruitgang te maken om zo tot volledige volmaaktheid te komen. pūrvābhyāsena tenaiva hriyate hy avaśo’pi saḥ
jijñāsur api yogasya śabda-brahmātivartate
Op grond van het goddelijke bewustzijn van zijn vorige leven raakt hij vanzelf aangetrokken tot de principes van yoga—zelfs zonder ernaar op zoek te zijn. Zo’n leergierige transcendentalist staat altijd boven de ritualistische principes van de geschriften. prayatnād yatamānas tu yogī saḿśuddha-kilbiṣaḥ
aneka-janma-saḿsiddhas tato yāti parāḿ gatim
En wanneer de yogī, die oprecht naar meer vooruitgang streeft, van alle zonden gezuiverd is, komt hij uiteindelijk, na vele, vele levens van oefenen tot volmaaktheid en bereikt hij het allerhoogste doel. tapasvibhyo’dhiko yogī jñānibhyo’pi mato’dhikaḥ
karmibhyaś cādhiko yogī tasmād yogī bhavārjuna
De yogī staat boven de asceet, boven de empirische filosoof en boven degene die uit is op de resultaten van zijn handelingen. Wees daarom onder alle omstandigheden een yogi, o Arjuna yoginām api sarveṣāḿ mad-gatenāntarātmanā
śraddhāvān bhajate yo māḿ sa me yuktatamo mataḥ
En van alle yogi’s is hij die zich vol vertrouwen voortdurend in Mij bevindt, die altijd aan Mij denkt en Mij transcendentale liefdedienst bewijst, het innigst met Mij in yoga verbonden en de beste van allemaal. Dat is Mijn mening. end of chapter 06 einde hoofdstuk zes Dyhäna-yoga
|
![]() |
|